Mijn Letselschadeadvocaat

daar word je beter van!!!

Ook in uw regio

gratis intake en
eerste advies!
bel 040 - 20 40 500
of vul het formulier in

Verkeersongeval

Een aanrijding in het verkeer kan bij automobilisten, inzittenden, fietsers en voetgangers aanzienlijk letsel en derhalve schade veroorzaken. Er zijn dan ook wettelijke regels die slachtoffers van een verkeerongeval beschermen.

Bij verkeersongevallen dient er onderscheid gemaakt te worden tussen enerzijds voorvallen waarbij enkel motorrijtuigen betrokken zijn en anderzijds voorvallen tussen een motorvoertuig en een niet gemotoriseerde verkeersdeelnemer, zoals een voetganger en een fietser.

Schending verkeersregel leidt tot aansprakelijkheid

De regels waaraan verkeersdeelnemers zich dienen te houden zijn neergelegd in de Wegenverkeerswet (WVW), het reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) en het Wegenverkeersreglement (WVR). Overtreding van een daarin neergelegde regel is civielrechtelijk onrechtmatig.

De rechtspraak bepaalt dat indien een ongeval plaatsvindt de gemaakte overtreding geacht wordt causaal te zijn voor het ontstaan van het ongeval, behoudens door de overtreder van de regel te leveren tegenbewijs. Derhalve staat de aansprakelijkheid bij het overtreden van een verkeers- veiligheidsnorm in beginsel vast, hetgeen in het voordeel van het slachtoffer is.

Bijzondere bescherming voor fietsers/voetgangers

De aansprakelijkheid van een gemotoriseerde jegens een niet gemotoriseerde verkeersdeelnemer is gebaseerd op artikel 185 WVW. Het artikel houdt op hoofdlijnen in dat de eigenaar of houder van een motorvoertuig waarmee op de weg wordt gereden en dat betrokken is bij een ongeval waardoor schade wordt toegebracht aan niet door een motorvoertuig vervoerde personen, verplicht is die schade te vergoeden tenzij er sprake is van overmacht.

In de rechtspraak is uitgekristalliseerd dat er slechts sprake is van overmacht indien de bestuurder van het motorvoertuig rechtens geen enkel verwijt te maken valt van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen, hetgeen slechts sporadisch voorkomt. De zwakkere verkeersdeelnemer geniet derhalve een verregaande bescherming en wordt door de wetgever en de rechtspraak ruimschoots tegemoetgekomen.

Bijzondere bescherming voor inzittende en opzittende

Wist u overigens dat een inzittende in een motorvoertuig zowel de bestuurder die hem vervoerde alsook de andere bestuurder kan aanspreken als er sprake is van verkeersfouten door beide bestuurders. De onderlinge verhouding tussen de bestuurders regardeert de inzittende niet. Indien er sprake is van personenvervoer in het kader van een reisovereenkomst dan wel vervoersovereenkomst (bus, trein, tram, boot, vliegtuig) gelden er specifieke wettelijke bepalingen.

Eigen schuld

In sommige gevallen kan er sprake zijn van eigen schuld aan de zijde van het slachtoffer. De bewijslast van de eigen schuld rust in beginsel op de aansprakelijke automobilist die zich ter afwering van aansprakelijkheid beroept op de eigen schuld van de benadeelde.

Schade rechtstreeks op WAM-verzekeraar te verhalen

De WAM-verzekeraar van het voertuig dat het verkeersongeval veroorzaakte kan rechtstreeks aansprakelijk gesteld worden. (artikel 6,1 WAM) Dit noemt men ook wel de action directe.
Mocht een voertuig onverhoopt niet verzekerd zijn kan toch de volledige schade worden geclaimd op het Waarborgfonds Motorverkeer.

Verjaring van uw vordering

In beginsel bedraagt de verjaringstermijn voor het aansprakelijk stellen 5 jaar, maar er zijn uitzonderingen. Bijvoorbeeld het aansprakelijk stellen van de WAM-verzekeraar dient binnen 3 jaar plaats te vinden.
© Wim Hegge 2014 Disclaimer PowerStudio